Onafhankelijke vertegenwoordiging bij pensioenfondsen onderwerp van Kamervragen
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de onafhankelijkheid van vertegenwoordigers in verantwoordingsorganen van pensioenfondsen. LvOP werd expliciet genoemd als voorbeeld van een onafhankelijke partij.
D66-Kamerlid Anne-Marijke Podt Synhaeve stelde vragen aan de minister naar aanleiding van onderzoek naar het functioneren van verantwoordingsorganen. Een van de vragen was hoeveel pensioenfondsen een onafhankelijke partij in hun verantwoordingsorgaan hebben, zoals LvOP bij ABP.
Onafhankelijke vertegenwoordiging is niet vanzelfsprekend
Een verantwoordingsorgaan vertegenwoordigt deelnemers en gepensioneerden en beoordeelt het handelen van het pensioenfondsbestuur. Daarnaast heeft het orgaan adviesrechten bij belangrijke besluiten.
Leden kunnen via verkiezingen worden gekozen of vanuit organisaties worden voorgedragen. Bij veel pensioenfondsen spelen vakbonden en andere belangenorganisaties daardoor een belangrijke rol in de samenstelling.
LvOP is bij ABP ontstaan vanuit de behoefte aan een onafhankelijke vertegenwoordiging van deelnemers die niet aan een vakbond of andere organisatie is gebonden.
Minister heeft geen landelijk overzicht
Uit het antwoord van de minister bleek dat niet landelijk wordt geregistreerd hoeveel verantwoordingsorganen daadwerkelijk een onafhankelijke partij kennen. De minister noemde LvOP bij ABP wel expliciet als een van de bekende voorbeelden.
Voor ons bevestigt de aandacht vanuit de Tweede Kamer het belang van deze discussie. Goed pensioenbestuur vraagt om verschillende perspectieven en om vertegenwoordigers die het bestuur zelfstandig en kritisch kunnen beoordelen.
Dat uitgangspunt vormt sinds de oprichting een belangrijk onderdeel van onze inzet: deelnemers verdienen een onafhankelijke stem bij besluiten over hun eigen pensioen.